zaterdag 27 juni 2009

De berg phusiri en de armoedige oude man

Laatst kreeg ik van mijn docent Andes Culturen een boekje van de CONADI, dat is de afdeling van de regering die zich bezig houdt met de inheemse bevolking van Chile. Vooral wat betreft rechten en de bescherming van hun cultuur. Het boekje dat ik heb gekregen is een bundel van aymara legendes en daarin staat ook een legende dat uit het dorpje Socoroma komt: De berg phusiri en de armoedige man

Er was feest in het dorp. In het huis waren de muzikanten die de zampoñas speelden aan het eten toen er een man binnen liep die met oude vodden gekleed was. Sommige gasten stuurden hem weg en scholden hem uit: "Ga weg oude!". De muzikanten verdedigde hem door te zeggen:"Ooi zullen we allemaal oud zijn".

Vervolgens wastte ze hem voorzichtig en nodigden ze hem uit om met hun te eten. Voordat het oude mannetje het huis van de musici binnenliep, kwam hij een vrouw tegen in het binnenhof die een baby droeg en de vrouw zei:"Ay tata!, kunat jumaxa akhama thathapacha sarnaqtasa kawkit purktasa kunaraya pasjtamsti tata? (Ay tata meneer! Waarom loop je hier zo met die lappen gekleed, zo verdaald, wat is er met je, waar kom je vandaan?...). Het hoofd van het feest zei:"Wat wil je walgelijke oude man? Ga toch onmiddelijk weg!".

Nadat hij klaar was met eten, zei de oude man:"Ik zal gaan...Maar, mijn vrienden muzikanten, jullie moeten hier ver van weg, zonder naar achteren te kijken want iets vreselijks zal gebeuren". Ook waarschuwde hij de vrouw die de baby droeg. De muzikanten en de vrouw verlieten het dorp en, toen ze op het top van het berg waren, keken ze naar het dorp...En op dat moment veranderden zij in steen.

Om bij Pusiri Collo te komen, moet men meer dan 2 uur lopen en in het verleden klommen de bewoners van Socoroma de berg Phusiri op om te bidden voor de oogsten en om rituelen te doen, omdat ze deze berg als heilig beschouwden. Vroeger kon men in de stenen de muzikanten met hun zampoñas zien, en ook de vrouw met de baby.



Een versie van dit verhaal kreeg ik ook te horen toen ik in Socoroma was, een paar van onze groep zijn op zoek gegaan naar deze stenen figuren wat bijna ongemolijk is omdat er heel veel stenen liggen overal. Dit verhaal laat twee zeer belangrijke elementen zien van de aymara geloof waarin ten eerste de bergen een hele belangrijke plaats innemen en ten tweede de stenen. De bergen, los cerros, zijn volgens de aymaras de link met het heilige. Hun wereld is verdeeld in drie zones: de bovenste Arak Pacha waar zich de heilige sterren bevingen, de machten die orde geven aan de wereld en door met deze zone te communiceren, kunnen de aymaras met hun voorouders praten. Dan komt de middelste laag, Taipi Pacha, dat is de wereld van de mensen waar de geesten van de natuur vertegenwoordigt worden door de mallkus, Pachamama en andere goden. Op dit terrein leven deze samen met de katholieke heiligen. De onderste zone is de Manqa Pacha waar de geest van de muziek leeft en de betekenishebbende dieren zoals de cóndor(reciprociteit), de katachtige(het werk van de herder) en de slang(landbouw). De bergen zijn dus belangrijk omdat ze hoog zijn en zich dus dichtbij de bovenste zonen bevinden.
Een ander belangrijk element zijn stenen, de huaca, een verzameling hiervan die heilig kan zijn omdat het een begraafplaats/ereplaats kan zijn van de voorouders en die moet dus gerespecteerd worden. Zodanig dat er vaak delen op terrassen waar verbouwd kan worden leeg zijn, deze plekken hebben een verbinding met de voorouders.

zaterdag 20 juni 2009

Ook in Santiago kan het regenen!

Jeetje wat gaat de tijd toch snel, het is alweer ruim ruim een maand geleden sinds mijn vorige bericht.

Stand van zaken in Santiago de Chile: kou, regen en heel veel studeerwerk.
De winter is hier eindelijk aangekomen en dan bedoel ik tot aan Santiago, ten noorde ervan is het gewoon eeuwig lente. Ik mag niet klagen want de regio heeft te maken met water te kort en te hoge gehalte van smog. Dat is gisteren goed gekomen, er heeft zo veel geregend dat de straten in rivieren waren veranderd en het openbaar vervoer in elkaar was gestort. De afgelopen 2 weken is het ook behoorlijk koud geweest, misschien neit heel koud maar het voelde heel koud aan.. de huizen hebben geen dubbelglas, laat staan verwarming. Toch maar een extra dikke trui gekocht!



Daarvoor ben ik een lang weekend in Chiloé geweest, een grote wens van me die in vervulling is gegaan. Het regent naar namelijk continu en toen ik zag dat het 2 dagen mooi ging worden heb ik de kans gegrepen. En wat is het toch de moeite waard geweest!
Chiloé, een eiland die zo dichtbij Chile ligt dat het onder de Region de los Lagos valt, terwijl het een hele andere cultuur, mentaliteit, landschap heeft. Heuvels en groen, heel veel groen. Het is er liefelijk met koetjes en schaapjes die een rustig leventjes hebben. Dit eiland leeft van de zalmkwekerijken en mossels/schelpjes/e.d. maar het gaat niet meer zo best met de zalmindustrie waardoor veel mensen werkloos zijn geworden en weer gedwongen worden om op het land te werken. Buiten de stad is dat ook activiteit nummer 1. Mensen wonen in een prachtig gebied, in houten huisjes en bebouwen zo wat voedsel voor zichzelf en om te verkopen en houden beesten. Wat wil je meer?
Chiloé, een eiland dat bekend staat voor haar mythen en legendes bijvoorbeeld over een schip dat zowel boven als onder water kan varen en die jonge maagden lokt. En zo zijn er ook allemaal weetjes waar je rekening moet houden, bijvoorbeeld er is een vogel dat als ie links van je zingt dan heb je voor altijd pech.
Door het prachtige weer heb ik een hoop avonturen kunnen beleven!
Wandelen door het Nationaal Park van Chiloé.. een oeroud bos dat vlak aan de kust ligt, een strandwandeling maken over een oneindig inmense strand waar je als enige bent. Voor je de Stille Oceaan, die dit keer rustig was en achter je de wilde duinen.

Castro, het hoofdstad(je) van Chiloé bestaat uit een paar straten en wordt vooral bezocht om de Palafitos, dat zijn typische huisjes aan het water. De mensen zijn compleet anders dan in het noorden, daar waar nog de oude andes cultuur heerst wordt heel veel waarde gegeven aan het kijken in de ogen en gedag zeggen, hier waar de chilote cultuur nog standvastig rechtop staat worden je ogen ontweken, laat staan gedag zeggen of even glimlachen. Mij is verteld dat de chilotes schuw zijn wat wel appart is als je bedenkt dat Castro overspoeld wordt door toeristen in de zomerseizoen. Contact maken met de lokale bevolking is dus zo goed als onmogelijk geweest.

Chiloé, een eiland dat bestaat uit heel veel kleine vissersdorpjes de ene mooier dan het andere, de ene meer verlaten dan de andere. En allemaal hebben ze een houten kerkje, een nalatenschap van de Jesuiten die hier hun werk "goed" hebben gedaan, er is nauwelijks sprake van sincretisme en het katholieke geloof heerst hier.
Een paar van deze dorpjes heb ik kunnen bezoeken: Cucao, Quemchi, Dalcahue, Achao...
Weer veel gewandeld, veel gezien en weer een bijna "vergeten" stukje van de wereld gezien!

zaterdag 9 mei 2009

Socoroma



Het gehuchtje Socoroma opent haar deuren aan de wijde wereld met een welkomstgroet aan de ingang, het is een dorpje van maar liefst 30 a 40 permanente inwoners dat als een witte vlek tussen de Andes rijst. Een verzameling witte huisjes waarvan de helft onbewoond is en een plein vol met gekleurde bloemen, verzorgd en een kerk die op het punt staat in te storten. De huizen hadden vroeger daken van stro, nu zijn ze van zink wat lelijk is en niet isoleert. De nachten in Socoroma zijn koud en kunnen dalen tot wel 8 graden onder nul. Overdag is het warm want de zon wil hier niet zwakker worden en doet je huid barsten.

De groet aan de ingang van het dorp weerspiegelt het karakter van de bevolking: ze zijn gastvrij, staan open voor vreemdelingen en vertellen graag over hun dorp. Deze mensen zijn bescheiden en simpel, hun dagelijks werk bestaat uit het werken op het land en er voor te zorgen dat er eten op tafel komt. Ze werken hard om oregano, aardappels, maïs en soms wat andere extra dingen te produceren en houden dieren zoals koeien, schapen en kippen. Overdag zijn de straten verlaten want iedereen is aan het werk en ’s avonds voor het slapen gaan komen de oude vrouwtjes en oude mannetjes bij elkaar, altijd op dezelfde plek, om te praten over de dagelijkse dingen. Met een warme kleed over de schouders houden deze mensen de banden bij elkaar die deze gemeenschap doen leven. Er zijn geen jongeren, die zijn allang naar de stad vertrokken om te studeren, werken en een ander leven op te bouwen. De tradities, de verhalen over het volk, alle mythes en gewoontes zullen samen met deze mensen het graf in gaan.
Andere veranderingen zijn al duidelijker te zien. In plaats van de traditionele daken van stro zijn die nu van zink wat niet alleen lelijk is maar vooral niet dezelfde isolatievermogen heeft als stro. Er zitten grote kieren tussen muur en dak en je kunt je voorstellen dat met -7 graden ’s nachts deze mensen het behoorlijk koud zullen hebben. Eigenlijk zijn er wetten die deze constructies verbieden en die naar het behoud van het traditionele plaatje van het dorp streven, maar zoals in elk Latijns-Amerikaans land hebben deze totaal geen zin. In het dorp staat een enorm houten (in plaats van lemen) huis die niet wit is maar knal geel. Een verschrikkelijke verschijning in zo’n vriendelijk dorp. En nog iets wat wetten betreft: het trekpleister van het dorp is de kerk, klein, rustig en op slot. Toeristen worden keer op keer teleurgesteld want het oude vrouwtje die de sleutel heeft wilt de deur niet open doen. Ik geef haar groot gelijk want de kerk staat op instorten en waar blijft het geld om het op te knappen? De president van de gemeenschap zegt dat in 2010 de kerk als Nationaal Monument wordt verklaard en dat er geld komt, maar het zou wel erg jammer zijn als voor die tijd met een aardbeving de kerk zou instorten!

Voor de mensen van Socoroma is de aarde hun leven en de wat meer geleerde bewoners vertellen dat Socoroma een te traditionele manier van denken heeft om zich bezig te houden met toerisme. Mijn onderzoek naar toerisme in dit dorpje heeft tot weinig geleid. De mogelijkheden zijn groot maar er is geen geld, de mensen zijn te oud om hun levenswijze te veranderen en dat is ook iets wat ik niet zou willen. Er ontbreken de jongeren om zich met toerisme bezig te houden. Maar niet alleen voor dat, maar voor de tradities, de verhalen en alle geheimen van het dorp.


Groep die mee is gegaan naar Socoroma.

Paul en Wies in Buenos Aires!



2 enorme Latijns-Amerikaanse steden zijn de achtergrond geweest van onze avonturen. Na de aankomst van Paul hebben we vooral veel bijgepraat, zijn we Santiago wezen verkennen en heb ik Paul de sfeer laten proeven waar ik in leef.

Buenos Aires: wat een stad, wat een kleuren, wat een geluiden en wat veel mensen. Dat het “Parijs van Zuid Amerika” wordt genoemd verbaasd mij niets. De gebouwen aan de hoofdsteden zijn kopieën uit Frankrijk en dat geeft de stad zo´n charmante uitstraling. De sfeer is niet echt Europees, maar ook niet Latijns-Amerikaans. Ik zou eerder zeggen een mengsel van allebei. De drukke zakenmensen die in hun mobieltje schreeuwen, donkere kleren en een zonnebril op, hoge flats van glas en allemaal bekende organisaties hebben hun kantoren hier. De mensen zelf zijn net Italianen, hun accent, hun manier van bewegen, hun eten. Ze bewegen net zo veel en zeggen net zo weinig. Wat een dynamiek!
Daartegenover is de stad tegelijkertijd een chaos, de bussen zijn oud (die crisissen waar dit land mee te kampen heeft gehad zijn nog duidelijk te voelen) en er is een hoop armoede op straat. Je voelt je hier onveiliger dan in Santiago omdat je oog in oog staat met wat je niet verwacht in zo´n bijzondere stad. Of misschien is dat een beetje naïviteit van mezelf.
Desalniettemin, hebben Paul en ik het ontzettend naar ons zin gehad in deze romantische stad. De lappen vlees (of de bakken pasta) die we ´s avonds aten hebben niet de kans gehad om zich om te zetten in vet aangezien we de stad voornamelijk te voet hebben verkend.
Van het pittoreske San Telmo naar het metropolitaanse Microcentro, naar het oude havengebied wat nu opgeknapt is en uit een mooie boulevard vol restaurants, cafés, bars, etc. Naar Recoleta met de bekende begraafplaats en naar Palermo met alle prachtige schoenenwinkels. En uiteindelijk naar Boca met het voetbalstadium van Boca Juniors. De laatste dag hebben we een tocht kunnen maken naar Tigre, een plaatsje ten noorden van Buenos Aires waar vroeger de rijken hun buitenhuisje hadden. Oude koloniale huisjes in een schitterende omgeving!
Als verrassing nam Paul mij mee naar een tangovoorstelling (zie foto). En op zondag, de 26ste verjaardag van Paul, hebben we in San Telmo tango op straat kunnen zien tijdens de zondagse markt en ´s middags de sfeer geproefd bij het Boca Stadium waar de altijd klassieke Boca Juniors-River Plate werd gespeeld. En de dag hebben we afgesloten met een enorme hoeveelheid vlees in een restaurantje aan het water.
Buenos Aires, jou zal ik niet snel vergeten!

zaterdag 11 april 2009

vrijdag 10 april 2009

Chachay, Si po en Andere dagelijks dingen.

Het is vandaag 10 april, Goede Vrijdag. De halve stad is leeggelopen om de feestdagen op het platteland met de familie te vieren. Gisteren stond het verkeer vast met allemaal auto’s volgepakt en de bagage boven op met touwen gebonden. Het beloven weer een paar prachtige dagen te worden en zelfs in het zuiden, waar het normaal gesproken altijd vochtig en nat is, gaat de zon vol op schijnen!

De afgelopen weken ben ik helemaal ingeburgerd in het universitair leven hier. De eerste week was het alsof ik een blinddoek omhad en niets kon zien, elke docent is weer anders, andere regels, andere manier van lesgeven, ander materiaal. Bij elke les werd ik op weg geholpen door een paar studenten. Hoe kom je aan het lesmateriaal?
Op een gewone dag wordt ik rond half 9 ’s morgens wakker, wat er eigenlijk voor zorgt dat ik het gevoel blijf houden dat ik op vakantie ben. Ontbijt hier bestaat uit yoghurt met havermout en fruit wat ik ongelooflijk gezond van mezelf vindt maar eigenlijk heb ik geen andere keuze. Daarbij drink ik een grote mok oploskoffie, oftewel Nescafé.

Op maandag heb ik ´s avonds het vak Culturas Andinas, Andes culturen, en dat vind ik mijn leukste vak. We hebben het over de culturen in het noorden van Chili, hun manier van leven, rituelen, tradities, muziek, geloof, agrarische activiteiten en nog van alles en nog wat! Met dit vak gaan we als antropologen aan de slag en eind april op onderzoek. Dat betekent dat we ruim een week in een inheemse gemeenschap gaan wonen. Als jullie denken dat ik in de jungle ga zitten met half naakte kannibalen, dan zit je 100% verkeerd. Het zijn gewoon mensen, met kleren en witte huisjes die in een gele, dorre, droge gebied wonen en waar de Spanjaarden hun intrede hebben gedaan ergens in 1500 nog wat. Een unieke kans wordt dit dat in geen enkele reisgids vermeld staat en hierbij verklaar ik mezelf een bofkont. En daarbij moet ik even vermelden dat de universiteit de vliegtickets betaald.

Op dinsdag heb ik ´s middags eerst 3 uur Geschiedenis van Latijns-Amerika, wat eerder een filosofisch vak is dan geschiedenis. De feitjes worden niet verteld, die weet iedereen inmiddels als, maar de hele constructie van de geschiedenis. Waar het vandaan is gekomen, in hoeverre het vervormd is door de komst van de Spanjaarden, welke betekenis het heeft voor tradities en andere ingewikkelde thema´s die mij dwingen met aandacht te luisteren naar de docent. Dit omdat elke keer als meneer over de westerse wereld praat hij mijn richting aankijkt en ik dus nauwkeurig in de gaten wordt gehouden. Het is een aardige man, reusachtig groot en van inheemse afkomst gezien zijn huidskleur, en hij vindt het leuk om af en toe mijn mening te horen, in tegenstelling tot de andere twee buitenlandse meisjes in de klas. Die komen uit de VS en hebben het niet door dat het misschien behoorlijk onbeschoft is als je de hele les Engels tegen elkaar praat.
Daarna heb ik mijn tweede dosis Culturas Andinas.

Op woensdag heb ik ´s morgens 3 uur een kunstvak: Arte Americano, Amerikaanse kunst waarbij de leerlingen kunstgeschiedenis leren over de beelden die tijdens de Verovering en de Koloniale tijd zijn gemaakt. Een interessant vak waarin ook de kunst van de oude samenlevingen van Latijns-Amerika behandeld worden.
Dat zijn zo de eerste dagen van de week die, geloof me of niet, verschrikkelijk snel om zijn. In mijn vrije tijd doe ik mijn leeswerk voor elke les. Voor elke vak moet ik elke week een aantal teksten lezen en ik vind het nog steeds moeilijk om te volgen welke teksten we moeten lezen en vooral welke verplicht zijn en niet. Zo moest ik voor een toets 2 weken geleden ineens bijna 400 bladzijden lezen en dat viel niet mee. Maar inmiddels kan ik de taal hier beter begrijpen en gaat het allemaal goed.
Zo zijn “cachay” en “si po” twee typische Chileense termen, waarbij de eerste “okee” betekent en de tweede gewoon “ja” is met “po” erachter. De Chilenen zelf weten ook niet waar ze het vandaan hebben.

zaterdag 7 maart 2009

Valparaíso



Het werd tijd dat ik geconfronteerd werd met het feit dat dit een ontwikkelingsland is. Een weekend in Valparaíso heeft mijn ogen open gedaan en laten beseffen dat er een andere wereld bestaat achter mooie gebouwen en lieve mensen.
De naam al van de stad kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, hoewel alle interpretaties tot dezelfde conclusie leiden: het paradijs zou op deze plek bestaan.
Pedro de Valdivia stichtte deze stad aan de kust in de 16de eeuw toen hij Chili veroverde. Hij noemde het Valparaíso omdat het hem deed terugdenken aan zijn stad in Spanje met dezelfde naam. Deze haven van Valparaíso is jarenlang een belangrijke stop geweest voor schepen die onderweg waren naar Europa en die langs de straat van Magallanes (langs Punta Arenas, Patagonia) voerden. Na de opening van het Panama-kanaal waren de glorietijden van Valparaíso verleden tijd.
En toch stond er een enorm vrachtschip 10 ton fruit in te laden om naar het Middenoosten mee te nemen.



Sinds de stichting van het stadje heeft de bevolking zich altijd al bezig gehouden met vissen en het schijnt dat je in Chili een van de lekkerste zeevruchten kunt eten ter wereld! En toerisme. Er stond een grote cruiseschip in de haven die een paar honderd Amerikanen met zich had meegebracht. En daarnaast komen behoorlijk wat backpackers naar Valparaíso en ook een grote hoeveelheid Chilenen uit Santiago die voor de vakantie of weekend naar de kust vluchten.
Een stad die niet alleen veel toeristen aantrekt maar sterker nog, beoordeelt is door UNESCO als Werelderfgoed!

De stad bestaat uit een laag gedeelte met alle centrale voorzieningen zoals een haven, markt, kerken en het regeringsgebouw waar vanuit het land geregeerd wordt. Het breidt zich uit over tientallen heuvels die bebouwt zijn met kleurrijke huisjes.
Twee van deze heuvels, Cerro Alegre en Cerro Concepción, zijn bezaaid met honderden ateliers van jonge en minder jonge artiesten die een paar centen proberen te verdienen door hun kunsten te tentoonstellen en souvenirs te verkopen aan de wat rijkere toeristen onder ons. De wijkjes stralen een bohemien sfeer uit, ze zijn zeer veilig en liberaal. Pablo Neruda heeft hier een huis gehad en zo hebben meerdere kunstenaars van Valparaíso hun woonplaats gemaakt. Maar naast de pittoreske wijkjes waar liefhebbers van kunst en fotografen dagen lang rond kunnen lopen zonder zich te vervelen is er een gedeelte van de stad die mij een slapeloze nacht heeft bezorgd.
Het is er vies. Niet gewoon vies zoals elke grote stad wel vies is maar echt ranzig. En niet omdat de gemiddelde mens geen geld heeft om een huis opnieuw te schilderen of om de kozijnen te vervangen, maar omdat mensen hun behoeftes op straat doen, overal. Vuilnis wordt op de grond gegooid, aan de kant geveegd en na de markt liggen alle resten vis, vlees, fruit en stront overal weg te rotten. Kinderen leren niet een papiertje in de vuilnisbak te stoppen maar gooien het op de stoep. Maar de ouders zijn nou ook niet het beste voorbeeld. Kind moet plassen? Prima, broek omlaag en plassen maar tegen de ruit van een winkel.
De dagen die ik hier heb doorgebracht met een lucht naar urine tot in het diepste van mijn neus, hebben mij continu doen afvragen waar het fatsoen van deze mensen is gebleven en vooral de verzorging van de omgeving waar men leeft. Ik heb me laten vertellen dat deze verzorging beperkt blijft tot het interieur van huizen en dus niet verder komt dan de voordeur.

En als je een stad bezoekt zoek je meestal het hoofdplein op met de kerk, daar waar alles begonnen is. In Valparaíso staat deze plein stijf van de bedelaars, travesties, zwerfhonden en andere ongein. Voor het eerst hier in Chili voelde ik me echt onveilig (had ik de Lonely Planet van te voren gelezen dan had ik geweten dat dit een van de minst veilige buurt is van de stad, maar daar ga je in principe niet van uit als het gaat om het hoofdplein met kerk). Dat gene wat je niet verwacht te treffen stond ineens voor me en dat heeft mijn ogen open gedaan.
Hoewel de Lonely Planet de stad Valparaíso boven Santiago kiest, kan ik alvast verklappen dat de meningen verschillen als het gaat om “cobblestone streets (…) stunningly perched on steep hillsides”.